Search billions of records on Ancestry.com
   

De Empress, een Tweede Titanic in 1914

Een Tweede Titanic Vrijdag namiddag, toen er al enige honderden van 't Getrouwe gedrukt waren, kregen wij een raad maar dat een boot vergaan was komende uit Canada met 600 doden. Je hebt het gelezen, 's Avonds een nieuw bericht: dat er niemand dood was. Maar 's anderdaags meldde men 1032 doden. Na de ramp van de Titanic was dit de grootste van onze tijd. Het was de” Empress of Ireland “die in de linkerzijde aangevaren was door een Noore kolenboot de Storstadt.

De Engelsen zeggen Empress voor keizerin, het was de snel boot van Ierland, op zijn Engels uilgesproken “ Eierland”, alhoewel het niet van eieren komt, maar van Erin, de ouden naam van Ierland. Deze lerse snel boot had maar pas de haven van Quebec verlaten en voer de Sint Lawrens stroom af, op weg naar Liverpool, de grote Engelse haven, die recht over Dublin ligt, de hoofdstad van Ierland. Het waren meestal Engelsen aan boord, ongeveer 1400, maar ook 13 Nederlanders van dewelke maar één overgebleven is. Van Belgen weten wij tot hier toe niet, tenzij van een zekeren Ginneberge van de Kruiput, in onze buurt, de wijk tussen Adegem en Oostwinkel, maar daar weten ze van niets.

Nu 't was rond kwart voor twee uur in de vroege ochtend van vrijdag 29 mei, een zwarte nevel hing over het water. De kapitein was niet gerust, Kendall heette hij, een beroemde alreeds, maar 't was zijn eerste vaart met de Empress. Hij zwaaide links en rechts, zodat men op de koolboot die naderde, nu eens zijn rood en dan eens zijn groen licht zag, niet wetende wat ermee gedaan. Ja zelfs bleef de Empress nu helemaal stil, deze uiterste voorzichtigheid is zijn ongeluk geweest. De koolboot, die ook van de ene kant naar de andere voer van de wijde stroom, meende achter de snelboot over te steken, maar met dat stilstaan zat hij er boven op. De slag was zo erg dat de scherpe boeg als een mes er bijna dwars door zat. Maar de wonde was erg genoeg, op de gevoeligste plaats, daar waar de eerste klas reizigers te slapen lagen. Verbeeld u hun ontwaken! 52 van de 87 stierven in hun bed, 35 werden gered met gebroken benen en afgrijselijke wonden. Zo erg moet die slachting geweest zijn dat het bloed heel het voorste deel van de zwarten koolboot rood maakt.

Maar in de andere klassen was het nog erger, die sliepen een verdiep lager en zijn verdronken gelijk de muisjes in hun val. Van de 253 tweede klas reizigers zijn er maar 38 gered en van de 714 van derde klas enkel 164. De bemanning is er het best vanaf gekomen, de kleine helft is maar dood, 207 gered op de 413. En op 10 minuten tijd was alles gedaan. De waakzame kapitein Kendall die met eigen ogen het scherpe mes in zijn boot zag snijden, had aanstonds besef wat gevaarlijke wonde het was en riep naar de kapitein van de koolboot “Blijf in ons ingewand zitten... ga niet achteruit, blijf alzo de wonde stoppen”. De koolkapitein hoorde dat niet ofwel hij kon niet anders dan achteruit gaan, want op het ogenblijk van de aanvaring had hij de stoom achteruit geslagen en de schok zelf zal hem daarin geholpen hebben. Hoe het zij, de wonde eenmaal gemaakt was niet meer te stoppen. Het bloed vloeide erin en het water erin, nu mag men de schepenbouw nog zo sterk noemen, met zijn waterdichte schotten, is het gelijk in de oorlog: hoe sterker de blinden hoe scherper de kogels. Nog nooit is een schip zo rap de dieperik in gegaan. Dit op 10 minuten van een beschaafde kust, voorzien van draadloze telegrafie eerste klas.

Die telegrafisten, evenals deze van de Titanic hebben zich voorbeeldig gedragen. Op het ogenblik van die aanvaring klopten zij “Wij krijgen een groten schok”. Van het vaste land werd hun geantwoord “ Waar zit gij, kameraad”? En ze antwoordden “Midden de stroom vóór Rimoski. Zend hulp”. Dan hoorden zij nog het antwoord, komende van Father Point, maar dan helde reeds hun schip helemaal over. Zij wilden nog enige woorden slaan, maar de draad was gebroken, maar ze hadden toch het antwoord verstaan en bij het volk beneden komende zegden zij “ Stel U maar gerust binnen een uur komt de Evelyn hier aan. Ze meenden dat alles zo zachtjes zou verlopen als op de Titanic, waar de stervensnood vier uur had geduurd. Maar nauwelijks hadden de telegrafisten dat gezegd of ze zonken met al hun lotgenoten in de diepte. Beiden zijn gered. Van Kapitein Kendall wordt verteld dat hij reeds zijn zwemgordel aan had toen hij hem aan een heer gaf die er geen had.

Geen enkel van de bootjes die 2000 mensen konden wegbrengen, is kunnen te watergelaten worden. De ene kant hing te hoog en de andere te laag, er was geen tijd om hiertegen een middel te vinden. Vele lijken zijn gevonden met een mes in de vuist, dat was waarschijnlijk om de touwen door te hakken van de reddingbootjes die boven hun bereik hingen. Maar er zijn ook geruchten geweest van vreselijke worstelingen van man tegen man in het water in de strijd om het leven met het vlijmend mes, op de rand der eeuwigheid. Wat ijselijke toestand, die nochtans bij al zulke rampen onvermijdelijk is. Maar men vertelt ook aandoenlijke verhalen van mensenliefde. Een heer die zich zelf niet meer kon oprichten, die een vrouw tot nabij een boot voert en zinkt. Een andere heer, die met zes, zeven drenkelingen aan de hals wordt opgepikt en de laatste binnen stapt, twee jonggetrouwden die elkaar horen zeggen, zonder dat zij wisten dat zij het waren. Och waar zou mijn man toch zijn ! Och waar is mijne vrouw, en 's anderdaags elkaar terug vinden in het hospitaal.

De beroemde toneelspeler Lawrence Irving was ook op de boot met zijn vrouw. Zij waren op de terugweg van een kunstreis in Canada en heel hun gezelschap was reeds drie dagen voordien naar huis toe met de Teutonic, waarop ook zij reeds hun kaartjes betaald hadden. Nu vrouwtje zei hij, toen hij zag dat het menens was, “ dat is nu het laatste drama dat wij samen spelen”.Hij hield haar in zijn armen en men pikte, aldus omstrengeld, hun lijken op. Van de vele kinderen, zijn er maar twee gered. Een meisje van 8 jaar wist te vertellen hoe het driemaal boven kwam uit het water en telkens haar moeder terug zag. Maar dan verloor het haar bewustzijn en in het hospitaal was haar eerste woord of vader en moeder al thuis waren?

Er was voor vijf miljoen frank bar zilver aan boord en die schat is mee verzonken en wordt nu door duikers gezocht. De twee schoorstenen van de boot steken nog boven het water uit en men meent het schip nog te kunnen recht trekken. In elk geval men wil het niet met dynamiet doen springen omdat er nog teveel lichamen aan boord zijn.

Getrouwe Maldegem 7-6-1914

Verleden week zeiden wij dat er maar een Belg verdronken zou zijn op de Empress, naar nu hoort men dat het veel erger is. Eerst father Qodefroid, een missionaris van Belgische oorsprong die naar zijn familie te Mechelen trok Dan het verschrikkelste van al, een ganse familie die verdronken is. M. Kamiel Verniers was vijf jaar terug van St Niklaas naar Canada vertrokken naar Montreal; hij was alsdan 38 jaar oud en trok met vrouw en kinderen over. Enige weken geleden schreef hij naar zijn moeder die in de Collegestraat woont, dat hij met zijn vrouw en zes kinderen, waarvan twee in Canada geboren waren, naar België ging komen. Hij was van plan met een vroegere boot dan de Empress te komen, maar daar hij zolang weg bleef werden zij toch ongerust en zijn broers vertrokken naar Antwerpen om nieuws. Daar vernamen ze dat Kamiel toch met de Empress was vertrokken en vernamen zij dat heel de familie verdronken was. Dit nieuws bracht veel verslagenheid in St-Niklaas want zijn vader was letterkundige en componist, schreef verschillende toneelstukken met zang. De Verniers waren met achten, twee zijn priester, en een is in Congo en heeft daar ene schone plaats, een ander is in 't leger en leraar aan de militaire school te Dendermonde, de jongste heeft een plaats in een nijverheidsgesticht en twee dochters zijn in het klooster.

 Getrouwe Maldegem 7-6-1914

 Het was wel te denken dat er nog kennissen en zelfs mensen uit onze buurt met de Empress op reis waren geweest. Vrijdag kwam de 30 jarige Victor Braet, zoon van wijlen Cypryaan Braet van Broekhuize te Maldegem aan. Ze waren met vier uit Moline op weg naar België, maar wilden eerst een plezierreis doen in Canada van het welke zij zoveel hadden gelezen in 't Getrouwe, door de brieven van Octaaf Rodts. En zo waren ze in Quebec gekomen en zouden ze met de ” Empress of Ireland “ die in de haven gereed lag, naar Liverpool oversteken. Ze waren die donderdag namiddag, de 28ste mei om 16 uur aan boord gestapt en rond negen uur gaan slapen, alle vier sliepen in dezelfde hut. Victor Braet uit Maldegem, Victor Van de Moere van Watervliet, Emiel Haertjens uit Boechaute en Jacob Boone van Moerbeke Waas. De twee eerste zijn gered, de twee andere waarschijnlijk niet. Het waren deze twee die eerst wakker waren en eerst op, want Braet wilde zijn bed niet uit ! Maar het duurt niet lang of hij rolde eruit. Nu voelde hij dat het gemeend was. Hij deed zo goed het kon zijn broek aan en stak zijn geld dat hij onder zijn hoofdkussen bewaarde op zak. Dan dacht hij ook gelukkig nog op de reddingsgordel die boven ieders hoofd hangt. Dat is de gordel met kurken, die men kan zien te Blankenberge bij de redders. Hij had dat nooit aangehad, maar hij zag het van de andere, deed het rond zijn lijf en knoopte het goed met de sterke linten toe. Hij was nog aan de trap niet of het licht uitging en was al drie maal gevallen. Het schip kantelde heel om en hij zag op zijn weg het water in de openstaande cabinen van de benedenkant. Toen hij bijna op het dek was, stonden daar duizend mensen te huilen en te beven van de kou, Maar er was niet veel tijd. Het schip sloeg om en zij slierden het water in. Van wat er dan de volgende tien minuten gebeurd is weet hij niets te vertellen. Verzinken met een boot, is zinken in de dood, want dat maakt een gat in het water waar uit men moeilijk boven komt. Maar er zijn hier twee dingen op te merken. Wanneer de boot overhelde dat alleman van het dek wegsliert (ook de kapitein) is hij niet onmiddellijk gezonken, hij kwam nog even in evenwicht, half onder water, intussen hadden zich velen in de zee al zwemmen verwijderd, of waren met de golven weggedreven.

Ten tweede, de Empresa is niet zo diep gezonken als de Titanic, die duizenden meters diep lag. Immers de Empress verzonk in de Sint Lawreins rivier, die aldaar niet zoo diep is, want zijn schouwpijpen steken nog boven 'twater! Zo kan het gebeuren dat onze mannen toch meegezonken zijn, maar niet diep. Maar de minste hapering aan het toogwerk of andere kneuzing, kon toch maken dat ze niet levend meer Boven geraakten.

Hoelang na Victor Braet onder is gebleven weet hij zelf niet. Maar als bij bovenkwam had hij zijn volle verstand en een helderen kijk op wat er rond hem gebeurde. In tegenstelling van wat de dagbladen schreven, was er geen mist! 't Was ook geen heel donkere nacht, want al dadelijk ging de zon opstaan. Het was een zeer kalme zee,'t water wat koud, vervroren zelfs, twee graden onder nul!

Met zijn livegordel aan kon hij geen tweede maal ondergaan, het voornaamste was zijn mond toe te houden en dan ook niet te veel te roepen, als het toch niet hielp. Maar geroepen werd er langs alle kanten “ Help me , Help me ! “ 't is bijna gelijk in 't Vlaams. Bij velen was er reeds de dodenreutel bij. Een vaarwel aan vader en moeder in alle talen, een snikkend gebed tot God, bij wie zij zoo dicht waren en toch zover van al het andere.

Wie eerst naar de eeuwigheid afreisden waren dezen die voor een ander wilden zorgen, een vader voor zijn kind, een paar gehuwde mensen ook al de ene vriend zich bekommerende om de andere en natuurlijk oude of ziekelijke mensen, vrouwen en kinderen. Men heeft opgemerkt dat er zoo twintig kinderen gered werden. Die zorg voor andere was ook de grote oorzaak geweest dat er zovelen op hun kamer zelf gebleven waren en er die jammerlijken dood vonden van de muis die in haar tralie valletje onder water gehouden wordt.

Maar Victor Braet had maar voor zijn eigen alleen te zorgen, hij was jong en gezond, als er een het gevaar te boven kwam, moest hij het wel zijn. Hij denkt dat hij alzo twintig minuten op het water heeft gezwalkt en voelde ook zijn einde naderen. Vooral door de grote koude, toen hij een klein bootje genaderd was en er zich kon aan vastklampen. 't Was een hulpeloos notenschelpje van een meter of vijf lang, dat ieder ogenblikken dreigde om te slaan met zijn haveloze en onbestuurde vracht. Maar in de nabijheid dobberde een grotere boot zichtbaar door goede handen bestuurd en waar een vijf en twintig mensen op waren. Zo gauw hij in zijn bereik viel, sprong hij er naartoe van vier meters ver, en hij had hem. Maar met die kurken aan botst hij achterwaarts over en hij ligt nog eens in het water. En niemand die een helpende hand naar hem wil uitsteken. Maar daar is hij heel dicht bij de bootswand en hij kan er zich aan vastklampen. Hij lost niet en na bovenmenselijke krachtinspanning geraakt hij er op. En nu was het te roeien, zeker ! zegden wij. Ik kon niet ! zegde hij. Ik was zo stijf dat ik niet zitten kon. Ze stonden allemaal recht, buiten de twee matrozen die roeiden en een die aan 't roer zat. Ik voelde dat ik gered was. 't Was al klaar geworden en wij zagen de Storstadt, de koolboot, die ons in de dieperik geboord had, op wacht liggen om de andere de bootjess met schipbreukelingen te ontladen. Zo klom ik ook langs een touw van koorden, en heugen sporten naar om hoog. En daar vond ik bij de geredden ook Victor Van de Moere, bijna moedernaakt. Hij had zijn leven te danken aan een kelderval waarop hij gezeten heeft al de tijd dat ik in de zee dreef. Zij gingen zich warmen aan des stoomketel van het schip ; wij hebben immers gelezen dat er velen het vel van hun rug aan die ketel verbrandden Ze wisten toch geen ver schil meer tussen koude en hitte en 't was maar nadien dat ze het gevoelden. Na een uur nog op de plaats van het ongeluk gekruist te hebben, vaarde Storstadt naar Rimouski. Van daar zijn zij met de trein terug naar Quebec gedaan en daar zijn ze een dag en haif gebleven in een hotel op kosten van de boot. Van zoo gauw ze weer op de benen waren gingen ze de stad in en Braet kocht voor zijn eigen en voor zijn kameraad een nieuw pak van 50 franken. Braet meent dit er geen vergoeding zal betaald worden aan de schipbreukelingen. Hij heeft enkel twee keren zes frank ontvangen. Met de eersten de beste boot vertrok hij naar Europa, maar Vande Moere die al zijn geld kwijt was, keerde naar Moifne terug om opnieuw wat geld te garen. Te Watervliet wisten ze nog niets van tem en 't was een grote blijdschap toen een der medeopstellers van 't Getrouwe hun maandag de zekerheid bracht dat hij gered was en naar Moline was teruggekeerd. Ze meenden trouwens, dat hij naar België zou door gereisd zijn zoals Braet. Ze konden 't niet geloven, maar gelukkig dat er ook alreeds wat stond in de Belgische gazet van Moline, en dat dit gans overeen kwam met de vertelling van Braet. In het nummer van 4 juni in The Moline Daily Dispatch vertelt Van De Moere.

Wij sliepen met ons vier in de derde klas De stoot van de koolboot wekte ons. Maar anders was alles gans stil. Haertjens en Boone zegden dat ze gingen zien wat er gebeurd was. Zij deden hun kleren en schoenen aan en verlieten hun kamer. Wij zagen hen niet meer terug. Braet en ik wachtten nog een minuut of twee tot we het volk hoorden schreien. We deden ook onze kleren en schoenen aan, gingen zien in den gang. Wij zagen het volk naar de trap lopen, vrouwen en kinderen schreiden. We keerden tot ons slaapkamer weer en namen elk onze lijfgordel. In het weglopen voelden wij het schip overhellen. Vrouwen en kinderen glijden weg van het dek in het water, zo ook de kapitein en dat is zijn geluk geweest. Dat moet maar zeven miruten na de schok gebeurd zijn. Ik heb niet zien vechten gelijk sommige bladen schreven er was daar geen tijd voor. Braet en ik grepen de leuning van het schip. Dat kon een minuut geduurd hebben toen het schip helemaal omdraaide en wij over de leuning klommen. De boot lag nu waterpas, alsof wij op het dek waren! Het dek zelf, waarop zo even nog duizend mensen stonden , lag nu vertikaal. Er waren wel 150 mensen die zoals wij over de leuning waren geklommen. Zij huilden verschrikkelijk.

We waren daar een minuut of tien, wanneer we voelden dat de boot onder ons weg zonk. Al ineens waren wij in 't water. Ik draaide rond met de zuiging van de boot, alleen herinner ik mij dat ik mijn mond moest toehouden, maar ik zag al de plaatsen waar ik van mijn leven was geweest en kende al die menachen. Toen stierf ik. Ik voelde mij dan opgeheven, kreeg een schok en kwam boven water.

Maar ik zonk weerom want ik kon niet zwemmen en ik had mijn gordel verloren. (Hij had zelfs geen broek meer aan, gelijk wij gezien hebben. Wie weet is zij niet blijven haperen in het touwwerk van de boot onder hem ! En hoe licht, gelijk wij reeds opmerkten, konden zij zelf met heel hun lijf daar niet blijven haperen hebben. Maar laat hem voort vertellen. Juist als mijn hoofd begon onder te gaan, staat mijn hand op een stuk hout. Ik los het niet meer en geraak er eindelijk op. 't Was de kelderval waarvan Braet verteld heeft, 't Qelnkt hem maar met onmenschelijke moeite er zijnen knie op te zetten. Luister hoe aandoenlijk hij het in 't Bagelsch vertelt:

Jast as my head went ander, my handstrack a piece of wood, and I caught i t It was a big plank. I tried to crawl up on it, but it slippad away and Ifeiloff I caught it ag&m and cluog to it for aearly ten minntes, I think. I tought I maat be carefal or it would ; slip awey again. Fiaally I got one leg (over it aad at last got on top. Op die plank heeft hij een aar gelegen en hij zag aan anderen die ook alzoo de eene of andere redplank hadden, dat als zij ze eenmaal losten, zij zjnken en niet meer boven kwamen. Gij kunt denken wat een nnr dat geweest it.

 Eindelijk werd hij ook door een roeiboot van de Storstadt opgepikt. Qij ziet dat alles tamelijk wel over eenkomt met wat Braet verteld heeft en ze wisten natuurlijk van malkaar ciet hij te Maldegem en de andere te Moline. Wij moeten 't in 't Bagelsch zeggen om meer waarde aan de verklaring te geven (bijvoorbeeld over het gene Braet vertelt dat hij Vande Moere ia nieuwe kleederen gestoken heeft) Vande Moere verklaart : " When they lifted mi over the side I saw Braet standiag tbere, looking at me I thoaght I was stil! seeing dreams tiatil he came aade toached me. Het ook care of me. Letterlijk wil dat zeggen : « Wanneer sij mij aan boord gebracht hadden, (op de Storetadt), zag ik daar Braet staan, kykende naar mij Ik dacht nog immer droomea te iiea, tot dat hii bij mij kwam en mij aanraakte. Hij droeg zorg voor mij. " Vande Moere vertelt daa verder dat Te Bouchaute EMIEL HAERTJENS. Emiel had zijn geld voorop gezonden naar zijn ouders.