Search billions of records on Ancestry.com
   

IN 1232 DE LANCSCHOTE TE ERTVELDE

Het Vlaamse land is rijk aan schoten geweest, waarbij ook allerlei bepalingen. Er zijn de dorpsnamen Noord- en Zuidschote, Bikschote in West-Vlaanderen. Voor noordelijk Oost-Vlaanderen zijn door Gysseling en Verstegen verschillende veldnamen op -schoot meegedeeld : ten Scoete, Boudenscoet, Breedescoet, Langhenscoet, Sceerpscoet, Arnescoet, Harenscoet, Eexcoet, te Waterscote, e. a. (Gyss., Med. Ver. Naamk., 32, 1956, p. 96 ; ibid. 30, 1954, p. 105-106) ; abschoot, brantschoot, beyschoot, boeschot, eetschoot, haesckoot, noenschoot, a. 1569 te Lokeren (V. Verstegen, Handelingen van de Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, X, 1956, p. 75).

Gysseling t. a. p. verklaart alle schoten als „beboste hoek hogere grond vooruitspringend in moerassig terrein". Deze topografische beschrijving zal wel niet het besluit zijn van een plaatselijke onderzoek. Ik vermoed dat deze betekenis is overgenomen uit A. H. Smith, E. P. N. E., waar aan Oeng. sceat in de toponymie de waarde is gegeven van „ a corner of land, a projecting piece of land". De Vlaamse namen Waterschoot en paddenschoot, het laatste 17 de eeuw, ergens te of in de omgeving van Belsele (Annalen van de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas, 68, 1965, p. 192), te vergelijken met paddenbroek, wijzen er alvast op dat een „schoot" ook een laag gelegen stuk land kon zijn. Het eerste lid van de samenstellingen deelt ons gewoonlijk weinig mee omtrent de juiste aard van het grondwoord. Behalve de ligging geeft het aan : de bezitter, als in Boudenschoot, of de vorm : breed, lang, scherp, of de begroeiing met els, beuk, beuk, haagbeuk haagbeuk (haren = heren). Er is nochtans een in Oost-Vlaanderen dat duidelijk zegt waar het om gaat. Het is Waarschoot, waarvan het eerste lid de stam is van het mannelijk ww.waren “voor schade behoeden”. Deze „schoot" diende daartoe en zal dan ook een gracht met berm geweest zijn.

Bron: (Oost-Vlaanderen),(GN441) (C. TAVERNIER-VEREECKEN, Gentse naamkunde van ca. 1000 tot 1253. Een bijdrage tot de kennis van het oudste Middelnederlands, (Brussel), 1968.) Bibliotheek te Brugge.